Koploperproject cliëntondersteuning

Waar kun je terecht voor zorg of ondersteuning? Of voor vragen over werk, wonen of (passend) onderwijs? Welke regelingen zijn er? En wat wordt er van je verwacht? Dat kan een zoektocht zijn. Lang niet iedereen weet de weg te vinden bij het regelen van passende ondersteuning. De cliëntondersteuner kan een belangrijke rol spelen om mensen de weg te wijzen, maar daarvan zijn inwoners niet altijd op de hoogte. Gemeenten willen dit willen verbeteren. Daarom is er het Koploperproject Cliëntondersteuning.

Cliëntondersteuning verbeteren

Binnen het Koploperproject Cliëntondersteuning maken gemeenten werk van het aanbod, de vindbaarheid en de kwaliteit van cliëntondersteuning. MEE werkt hier aan mee, op verzoek van gemeenten. Meestal in de uitvoering en soms ook als projectleider. Jaarlijks worden 14 koplopergemeenten geselecteerd die cliëntondersteuning doorontwikkelen en hun buurgemeenten inspireren met de geleerde lessen. De inzichten, tools en handvaten worden gedocumenteerd en landelijk verspreid. Hiermee kunnen andere gemeenten aan de slag.

De eerste resultaten

Het project ging najaar 2017 van start en loopt tot eind 2021. De eerste resultaten verschenen in maart 2019 in het rapport ‘Het eerste jaar koplopers - Inzichten en aanbevelingen voor cliëntondersteuning’. Er blijken veel verschillen te zijn in de lokale aanpak. Bovendien lopen gemeenten aan tegen diverse vraagstukken aan, zoals de samenwerking met zorgaanbieders en de vindbaarheid van cliëntondersteuning. Het is belangrijk dat de cliëntondersteuning wordt georganiseerd vanuit de centrale vraag wat cliënten nodig hebben. Gemeenten kunnen de onafhankelijke cliëntondersteuning alleen goed regelen als inwoners, lokale organisaties of belangenbehartigers betrokken zijn bij de ontwikkeling.

Initiatiefnemers van het Koploperproject Cliëntondersteuning

Het Koploperproject Cliëntondersteuning is een initiatief van de VNG, Ieder(in) en de Koepel Adviesraden Sociaal Domein. Movisie ondersteunt de uitvoering. Het project wordt mogelijk gemaakt door financiering van het ministerie van VWS. Het project loopt door tot eind 2021.