Hoezo ‘moeilijk plaatsbaar’?

03 december 2016 - auteur: MEE in uw buurt
Dit weekend heb ik het even aangrijpende als helaas herkenbare artikel van Yolanda Entius over haar zus Geke in Trouw gelezen*. De zoektocht naar de juiste instantie en passende zorg kan in een welvarend land als Nederland tot zeer schrijnende situaties leiden.Zelfs cliëntondersteuners, die worden geacht mensen hierbij te kunnen helpen, zijn soms het spoor bijster. Ze moeten eindeloos trekken en duwen om hun cliënten naar passende zorg te begeleiden.

Zo is er het verhaal van Marieke. In de hele randstad was er geen enkele zorgaanbieder voor haar te vinden. Ze heeft een verstandelijke beperking, autisme (PDD-NOS) en GGZ-problematiek en daarom structuur en veiligheid nodig. Thuis konden ze dat niet bieden. Na een lange zoektocht is er uiteindelijk voor een noodoplossing gekozen in een kleinschalige woonvorm. Hier moet Marieke echter 950 euro per maand betalen voor huur en levensonderhoud, terwijl ze een Wajonguitkering heeft van 540 euro. De ouders hebben nu een lening afgesloten om deze zorg voor hun dochter te kunnen betalen.

Of Peter, een man met niet aangeboren hersenletsel en GGZ problematiek (een posttraumatische stressstoornis, angsten en depressie). Vanwege zijn suïcide gedachten durft geen aanbieder hem op te nemen.Thuis kon Peter niet blijven, omdat zijn gezin met pubers te veel prikkels gaf en te weinig structuur bood. Na een lange zoektocht zonder succes langs aanbieders, heeft zijn netwerk uiteindelijk zelf een woning in de vrije sector gehuurd met ambulante begeleiding. In de hoop dat deze zorg voldoende is. Ook hier zijn de kosten eigenlijk te hoog voor dit gezin.

Zorgbehoefte als uitgangspunt

Of Tim, een jongen van 12, ernstig verstandelijk beperkt, met epilepsie en PDD-NOS. Hij kan van het ene op het andere moment agressief gedrag laten zien en heeft op deze momenten intensieve zorg nodig.Tim woont thuis, samen met zijn moeder, broertje en zusje.Om de andere kinderen ook aandacht te kunnen geven en zelf niet overbelast te raken, zoekt moeder een logeerplek voor Tim. Geen enkele aanbieder wil deze jongen hebben, vanwege zijn gedrag. Moeder raakt steeds verder overbelast. Uithuisplaatsing dreigt.

Wij kunnen toch beter in Nederland dan deze mensen te laten zwemmen en uiteindelijk te laten verzuipen? Hoe zou het zijn als we met elkaar afspreken dat stelsels niet heilig zijn? Dat niet het wettelijk kader leidend is, maar het uitgangspunt dat iedere burger die zorg nodig heeft, die zorg krijgt? Zeker daar waar de zorgvraag complex is en de zorgen van de cliënt en zijn netwerk om het welzijn van de cliënt zou moeten draaien. En niet om het krijgen van het juiste papiertje, het hebben van de juiste diagnose en het eindeloos zoeken naar een zorgaanbieder.

In het geval van Geke was een deel van het probleem het verkrijgen van de juiste indicatie. Deze indicatie (die het CIZ afgeeft) geeft de cliënt recht op zorg en de zorgaanbieder recht op vergoeding voor die zorg. Bij Geke was psychiatrische problematiek voorliggend en om die reden had ze geen recht op de Wlz. Met als gevolg dat de zorgaanbieder die de zorg zou kunnen bieden de zorg niet kan bieden omdat er zonder Wlz-indicatie geen financiering komt. Geke is niet het enige geval. Wij zien dit probleem geregeld en ook het CIZ ziet het.

Als we dit met z'n allen signaleren, dan passen we het systeem toch aan? VWS, pas de beleidsregels van het CIZ aan en laat mensen met ernstige GGZ problematiek en/of met meervoudige problematiek (GGZ en andere beperkingen, zoals een verstandelijke of lichamelijke beperking) toe tot de Wlz. Óf financier die zorgaanbieder zo dat hij niet alleen cliënten met een Wlz-indicatie zorg verleent. Maar die oplossing is waarschijnlijk ingewikkelder.

We moeten af van die angst om uitzonderingen te maken

Een ander deel van het probleem is dat er in Nederland voor de Geke's, de Mariekes, de Peters en de Tims nauwelijks passende zorg is. Er is geen maatwerk beschikbaar. Deze mensen krijgen te horen dat ze niet welkom zijn, dat ze te moeilijk zijn, dat de aanbieder deze gespecialiseerde zorg niet kan bieden. Uit een inventarisatie onder de Wlz cliëntondersteuners van MEE blijkt dat wij dit jaar circa 200 cliënten hebben ondersteund voor wie wij geen zorg konden vinden. Soms zijn wel twintig zorgaanbieders benaderd, maar niemand wilde ze 'hebben'. Redenen hiervoor zijn divers en ik wil naar niemand met een vinger wijzen, maar ik wil hierbij wel een dringend beroep doen op VWS, het CIZ, de VNG, de koepels van de zorgaanbieders en de cliëntenorganisaties om het bij Geke op te laten houden. Laten we vandaag nog om de tafel gaan zitten. Het is niet moeilijk: we maken het moeilijk.

We moeten af van die angst om uitzonderingen te maken. Niet door hier en daar ergens een pilot te doen en dan te evalueren om te kijken wat werkt en welke regels aangepast moeten worden. Nee, gewoon met de burger en zijn netwerk meteen oplossingen creëren. Die weten waar ze behoefte aan hebben, wat voor hen helpend en passend is.
En dan laten we de regels achter de oplossingen aanlopen in plaats van andersom.

*Het artikel 'Geke's wanhopige gang door de psychiatrie' is op 27 november 2016 gepubliceerd in Trouw.

Op 2 december 2016 verscheen in Trouw het artikel 'Wie in de GGZ niet in een hokje past, heeft het zwaar'.

Gerelateerd

Deel deze pagina

Contact

MEE in uw buurt

Neem contact op met MEE in uw buurt

0900 - 999 88 88

Stel een vraag aan MEE NL

Contactformulier

Ik heb een vraag

Veelgestelde vragen

Individuele ondersteuningsvragen of voor een MEE in uw regio

MEE in uw buurt