Geen zicht op de Wmo

23 oktober 2017 - auteur: Mirjam Sterk

Op 23 oktober 2017 bracht het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een rapport uit met de bevindingen van een onderzoek naar de ervaringen van mensen die zich bij de gemeente meldden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): 'Zicht op de Wmo 2015'. Op basis van dit onderzoek onder 39 gemeenten trekt het SCP harde conclusies over de kwaliteit van de toegang van de Wmo. Als enige positieve punten wordt gemeld dat er toegangsprocessen zijn en dat mensen “met veerkracht” en mensen die wel naar maatwerk voorzieningen worden verwezen aangeven baat te hebben bij de geboden voorzieningen. Teleurstellend zijn de conclusies voor wie het écht nodig heeft: kwetsbare en eenzame mensen, mantelzorgers en iedereen die vanwege een beperking of ggz-probleem om meer deskundigheid vraagt:

  • De gespreksvoerders namens de gemeenten hebben onvoldoende deskundigheid en vaardigheden zodra het over mensen met ingewikkeldere problematiek gaat.
  • Jongeren worden onvoldoende geholpen en moeten vaak lang wachten op ondersteuning.
  • Er is te weinig oog voor mantelzorgers.
  • Mensen die vooral worden gewezen op ‘zelfredzaamheid’ komen minder goed uit de problemen.
  • Er is geen zicht op de mensen die nu niet door de Wmo worden bereikt. Niemand weet óf de Wmo de juiste personen weten te bereiken en of de ondersteuning effect heeft.

Helaas worden de conclusies van SCP bevestigd door de resultaten van eerdere onderzoeken van bijvoorbeeld cliëntenorganisaties en de signaleringsrapportage van MEE.

Cliëntondersteuning

Naast deze toch al scherpe conclusies stelt het SCP dat cliëntondersteuning, dé functie in de Wmo, die bedoeld is om kwetsbare burgers te helpen bij het doorlopen van dit toegangsproces met ter zake deskundigheid en bij het vinden van passende ondersteuning en zorg, nauwelijks ingezet wordt. Minimaal driekwart van de ‘melders’ is niet op de hoogte van cliëntondersteuning.  Ook dit sluit aan op wat cliëntorganisaties al sinds de decentralisaties signaleren. Veel gemeenten denken ten onrechte dat de gespreksvoerders die het keukentafelgesprek namens de gemeente voeren in dit onderzoek ook cliëntondersteuning bieden.

Cliëntondersteuning is in de Wmo opgenomen naar het voorbeeld van de vroegere AWBZ om te voorkomen dat kwetsbare burgers verzanden in toegangsprocessen en onafhankelijke en ter zake kundig kunnen worden geholpen om passende en samenhangende ondersteuning en zorg te krijgen. Gemeenten moeten zorgen dat die cliëntondersteuning beschikbaar is en dat mensen daarvan weten. Daarvoor is minimaal nodig dat die cliëntondersteuning herkenbaar en toegankelijk is als dienstverlening. Ieder(in) heeft een test op haar website staan die laat zien waar deze ondersteuning aan zou moeten voldoen.

MEE NL roept rijk en gemeenten op om:

  • Te zorgen dat er in elke gemeente cliëntondersteuning beschikbaar is die minimaal voldoet aan de eisen van Ieder(in) en ervoor te zorgen dat elke burger dit weet.
  • Beter gebruik te maken van de deskundigheid van  groepen met ingewikkeldere problematiek die in het veld aanwezig is.
  • Landelijk meetbaar te maken wie wel en niet door de Wmo worden bereikt en welke gevolgen dat heeft. 

Klik hier voor informatie over de inhoud van het rapport 'Zicht op de Wmo 2015. Ervaringen van melders, mantelzorgers en gesprekvoerders.'

Gerelateerd

Deel deze pagina

Contact

Mirjam Sterk

Directeur MEE NL

Neem contact op met Mirjam Sterk

030 236 37 08 m.sterk@mee.nl

Stel een vraag aan MEE NL

Contactformulier

Ik heb een vraag

Veelgestelde vragen

Individuele ondersteuningsvragen of voor een MEE in uw regio

MEE in uw buurt